Kendrion trekt de deur in China achter zich dicht. Met de verkoop van de Chinese activiteiten aan het lokale management komt er een einde aan de Aziatische groeiplannen die enkele jaren geleden nog als dé toekomst werden gepresenteerd. Wat begon als een ambitieus avontuur in elektrische auto’s, eindigt nu als een verhaal over winstgevendheid boven groei. Voor beleggers betekent dat een royale uitkering en een duidelijker profiel, maar minder groeiverwachtingen.
Toen Kendrion in 2021 besloot een nieuwe fabriek te bouwen in Suzhou (China), werd dat gezien als een grote sprong voorwaarts. Het bedrijf richtte zich er vooral op de snelgroeiende markt voor elektrische auto’s, en dan met name op geavanceerde componenten die bepalen hoe de vering reageert op verschillende ondergronden. Dat is essentieel voor de stabiliteit en het rijcomfort, omdat EV’s zwaarder zijn en een ander zwaartepunt hebben dan traditionele modellen. De hiervoor gespecialiseerde onderdelen kunnen niet zomaar door iedere leverancier worden gemaakt. Kendrion rekende op een markt die met zo’n dertig procent per jaar zou groeien en voorzag daarmee een forse sprong in de Chinese omzet.
Voor de bouw van de fabriek werd ruim 27 miljoen euro uitgetrokken. Naast automotive-onderdelen bood de faciliteit ook ruimte voor industriële producten zoals remmen en actuatoren. In de zomer van 2023 gingen de deuren open en in de eerste helft van 2025 kwam min of meer de volledige omzetgroei van Kendrion uit China.
Maar dat succes werd een breekpunt: de groei kwam vrijwel volledig uit automotive – een sector met lage marges en machtige afnemers. Precies wat Kendrion inmiddels niet meer wil.
Een aantrekkelijke deal met kanttekeningen
De Chinese activiteiten worden nu verkocht aan het lokale management voor 70 miljoen euro. Kendrion spreekt van een aantrekkelijke waardering: bijna 18 keer de operationele winst (EBITDA) van 2024.
Toch is dat beeld vertekend. De fabriek draaide vorig jaar nog (deels) in de opstartfase. Op basis van de winst van de laatste twaalf maanden – toen Suzhou volledig operationeel was – komt de multiple uit op ongeveer 9,5 keer EBITDA. Volgens CFO Jeroen Hemmen zijn die winstcijfers “een goede reflectie voor heel 2025”.
Dat is nog altijd een nette prijs, zeker vergeleken met de verkoop van de Europese en Amerikaanse automotive-activiteiten eind 2024 aan Solero Technologies. Toen kreeg Kendrion slechts 3,5 keer EBITDA, of 6,5 keer als toekomstige kostenbesparingen werden meegenomen.
Ook vergeleken met Kendrions eigen beurswaardering – circa 7,5 keer EBITDA – oogt de overnamesom aantrekkelijk. Het verschil onderstreept vooral dat de Chinese markt hogere groeiverwachtingen kent.
Zo bedient Kendrion in China klanten die zelf midden in een groeispurt zitten. Denk aan merken als BYD, Xpeng en Nio, die hun EV verkopen in hoog tempo opvoeren en de traditionele Europese en Amerikaanse autobouwers ver achter zich laten.
Chinese activiteiten verkocht tegen een ogenschijnlijk aantrekkelijke multiple
Bron: (Half)jaarverslagen Kendrion en Capital Markets Day 2024 presentatie. Multiples zijn op basis van Enterprise Value/EBITDA van transacties (blauw) en Kendrions eigen trading multiple. Enterprise Value = beurswaarde plus netto schuld. LTM staat voor laatste twaalf maanden.
Royale uitkering voor beleggers
Van de 70 miljoen euro die de koper betaalt, blijft er na aftrek van schulden ongeveer 60 miljoen euro over. Daarvan vloeit 25 miljoen euro direct terug naar de aandeelhouders: een speciaal dividend van één euro per aandeel en een aandeleninkoop van maximaal 10 miljoen euro, tegen de huidige koers goed voor zo’n 5 procent van het uitstaande kapitaal.
De rest wordt ingezet om de balans te versterken en om te herinvesteren in de industriële activiteiten. Ook worden nieuwe acquisities niet uitgesloten. CEO Joep van Beurden hintte er al op dat Kendrion opnieuw kijkt naar overnames die de industriële activiteiten kunnen versterken, vergelijkbaar met eerdere aankopen als Intorq en 3T.
Versneld op weg naar doelstelling
Los van de deal draaide de motor operationeel ook prima. In de eerste helft van 2025 meldde Kendrion een EBITDA-marge van 14,9 procent. Daarmee zat het concern bijna op de strategische doelstelling van 15 tot 18 procent.
Die bijna 15 procent marge is tevens nog mét China meegerekend. Zodra de Chinese activiteiten met hun relatief lage rendement zijn verkocht, ligt het voor de hand dat Kendrion zijn margedoelstelling dit jaar wel weet te behalen.
Operationele winstmarge (EBITDA) nadert doelstelling
Bron: (Half)jaarverslag en presentatie H1 2025 Kendrion.
De boodschap van Kendrion is inmiddels glashelder: geen jacht meer op volume, maar focus op niches waar technologie en prijsmacht meer samenkomen zodat winstmarges kunnen worden gewaarborgd.
In industriële remmen voor robots en windmolens claimt het concern al snel 15 procent marktaandeel. Daarnaast maakt het bedrijf kritische medische componenten, zoals actuatoren die de bloedstroom in nierdialyseapparaten reguleren. Zulke toepassingen zijn zo specifiek dat de makers van dit soort apparatuur niet eenvoudig van leverancier wisselen. Het levert stabiele marges en hoge toetredingsdrempels op – eigenschappen die in de automotive niet te vinden waren.
Voor beleggers markeert de Chinese transactie een kantelpunt: winstgevendheid staat nu écht voorop. Het concern spreekt daarom niet langer van een harde groeidoelstelling, maar van groeiverwachtingen. CEO Joep van Beurden liet er tijdens de analistenbijeenkomst geen twijfel over bestaan: “We hebben geen groeidoel. We willen alleen groeien als dat met een winstmarge van minimaal 15 procent kan. Dáár selecteren we onze nichemarkten op,” aldus de topman.
Na de verkoop voorziet Kendrion nog zo’n 5 procent groei per jaar, dat is aan de onderkant van de eerder afgegeven bandbreedte van 5 tot 8 procent.
Het ‘nieuwe Kendrion’ belooft daarmee minder spektakel, maar wel voorspelbaardere kastromen. Dat is wellicht meer waard dan een Chinese droom.